tweesporenpad
Dotterpad
Gezien fietsen goed is voor de gezondheid, luchtkwaliteit en klimaat moeten we meer mensen op de fiets krijgen en dit ook voor functionele verplaatsingen. Dat kan enkel d.m.v. een goede fietsinfrastructuur welke ontbreekt in Haaltert. Voor een degelijk fietsnetwerk in Haaltert zullen delen van de fietspaden via trage wegen lopen, los van de huidige straten, een noodzaak die wordt bevestigd in meerdere beleidsplannen. Hierbij zal verharding voor beperkte delen moeten worden overwogen. Dan zal snel de discussie komen over het verharden en natuurbehoud. Het moet duidelijk zijn dat we enkel willen verharden waar geen alternatieven mogelijk zijn en dat we dit willen beperken tot het hoogstnoodzakelijke met aangepast materiaal.
Dit document wil de vraag naar die fietspaden in landbouw- en natuurgebieden kaderen en bevat naast basisinfo ook een aantal bedenkingen rond fietspaden door natuur.
Het doel van het document is een draagvlak voor deze fietspaden en dit netwerk te creëren.
Inhoud
1. Inleiding en doel document 1
2. Voorstel opbouw functioneel fietsnetwerk. 1
3. Bedenkingen rond aanleg van fietspaden door de natuurgebieden. 4
4. Alternatieve pistes voor het standaard verhard fietspad. 6
5. Fietsroutes tussen deelgemeenten in beleidsplannen Haaltert 9
6. Info ivm verkeer en fietspaden langs landelijke wegen. 10
In juni 2020 bezorgde de Fietsersbond aan het College van Burgemeester en Schepen van Haaltert een voorstel voor de uitbouw van een functioneel fietsroutenetwerk in Haaltert.
Functionele fietsroutes lopen naar de belangrijkste bestemmingen in ons dorp zoals de scholen, de stations, het gemeentehuis. Daarnaast zijn ook functionele fietsroutes nodig tussen de Haaltertse deelgemeenten en naar gemeenten buiten Groot-Haaltert. Hiermee willen we oplossingen aandragen o.a. voor de files naar Aalst, de gevaarlijke situaties aan de scholen en bijdragen tot een beter klimaat.
In Haaltert zijn er in de laatste decennia reeds heel wat mooie recreatieve fietspaden aangelegd, maar op gebied van functionele fietsroutes is er weinig vooruitgang gemaakt. Nochtans wordt zowel in het Gemeentelijk Mobiliteitsplan, in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan in en recent in de Bouwmeesterscan gepleit voor deze functionele fietsroutes. Zoals in het meerjarenplan 2020-2025 reeds vermeld, kunnen we stellen dat veilig fietsen in onze gemeente in het algemeen niet goed scoort.
Gezien Haaltert in deze legislatuur minstens 2,5 km fietspaden per jaar wil aanleggen, is het belangrijk de juiste keuzes te maken willen we duurzame mobiliteit bevorderen en een concrete bijdrage leveren aan het klimaatengagement dat onze gemeente heeft aangegaan.
We stellen volgende volgorde van ingrepen voor om een degelijk fietsnetwerk uit te bouwen:
1. Op belangrijke verbindingswegen, en indien mogelijk, moeten conforme fietspaden worden aangelegd. Voorbeelden: de Eigenstraat, de doortocht Kerksken, Borrekent.
2. Daar niet overal fietspaden kunnen worden aangelegd, moeten wel fietsvriendelijke maatregelen worden voorzien zoals autoluwe straten, fietsstraten. Voorbeeld: Houtmarkt
3. En alleen wanneer bovenstaande maatregelen niet mogelijk zijn, moeten nieuwe fietspaden worden aangelegd via trage wegen. Voorbeelden: tussen Mussenzele en Koekelberg voor de route Haaltert-Denderhoutem, de alternatieve fietsroute voor de Bosstraat.
Vijf voorwaarden voor het succes voor functionele fietsroutes (volgens prioriteit):
1. Veilig: de voorzieningen waarborgen de veiligheid van de fietsers en de overige weggebruikers.
2. Direct: het stelsel van fietsverbindingen biedt fietsers een zo direct mogelijke route naar hun bestemming, waarbij het omrijden tot een minimum beperkt blijft.
3. Samenhangend: het stelsel van fietsvoorzieningen vormt een samenhangend geheel zonder onderbrekingen en geeft aansluiting op het punt waar fietsers hun herkomst of bestemming hebben.
4. Comfortabel: de voorzieningen maken een vlotte en comfortabele doorstroming van het fietsverkeer mogelijk. Dit houdt in dat ze ook goed onderhouden worden.
5. Aantrekkelijk: de voorzieningen zijn zodanig vormgegeven en in de omgeving ingepast dat het aantrekkelijk wordt om te gaan fietsen. Voorbeeld fietspad Wypenstalstraat.
Gezien de bestaande fietsroute via de Andererenbroek niet fietsveilig kan gemaakt worden, werd volgende alternatieve route voorgesteld (route #2):
Het is duidelijk dat o.a. de vervanging van de huidige grastegels moet bekeken worden zodat het een veilig en comfortabel fietspad wordt dat het hele jaar kan worden gebruikt.
Hier volgen een aantal discussies ivm aanleg van fietspaden door de natuur:
Discussie rond aanleg van fietspaden door de natuur op avrotros.nl (april 2021)
Betonnen fietspaden hebben zeker voordelen, vinden de ANWB en de Fietsersbond: de paden zijn breed, waardoor fietsers elkaar makkelijk kunnen passeren. En er komen geen wortels omhoog, de oppervlakte blijft dus glad.
Toch vindt ecoloog Patrick Jansen aan de Wageningen University de opkomst van het betonnen fietspad in de natuur een slechte ontwikkeling. Hoewel een fietspad weinig oppervlakte in beslag neemt ten opzichte van het hele natuurgebied, kan het grote gevolgen hebben voor beschermde reptielen, zegt hij. Reptielen, zoals hagedissen worden aangetrokken door de warmte van het beton. Daardoor worden ze sneller doodgereden.
Boswachter Erik Bloeming van Staatsbosbeheer ziet toch vooral de voordelen ervan: "Betonnen fietspaden zijn veiliger, duurzamer en ze maken natuurgebieden bereikbaar voor minder validen. Ik zie nu veel meer mensen van de natuur genieten en dat is een gezonde ontwikkeling." Ook constateert Bloeming dat de natuur zich rondom het beton snel herstelt. "Na een paar jaar zijn de bermen weer begroeid en bloeit er weer van alles. Het beton valt op sommige plekken dan al nauwelijks meer op."
Prachtig fietspad mag geen snelweg worden – Getevallei (jan 2020)
Natuurpuntafdelingen van de Getevallei zijn ongerust over de plannen om het fietspad De IJzerenweg te verbreden met 1 tot 1,5 meter beton en van licht te voorzien (2m -> 3,5m).
Aangezien De IJzerenweg grotendeels natuurgebieden en waardevolle cultuurlandschappen in de Getevallei doorsnijdt, zal ook de geplande openbare verlichting zeer nadelige effecten hebben op typische vallei-gebonden fauna, vreest Natuurpunt.
Betonnen fietspad Schorisgat – Haacht (2015-2017)
Het 400 meter lange betonnen fietspad dat Haacht met Wespelaar verbindt, zorgde bij de aanleg in de zomer van 2015 voor enige ophef. Vooral Natuurpunt hekelde dat de twee meter brede betonstrook niet in waterdoorlatend hyperpuzzolaan werd uitgevoerd. De diende daarom klacht in tegen de gemeente.
Stop met alles vol beton te gieten – Asse ( sept 2018)
Het scheelde niet veel of een van de mooiste wandelwegen van Asse werd gebetonneerd om er een fietsverbinding van te maken. Na protest van inwoners borg de gemeente die plannen op.
Het gemeentebestuur schrapte de omstreden fietsverbinding naar Asse-ter-Heide maar de Mollemseweg en een veldwegel tussen Walfergem en Kobbegem werden wel gebetonneerd.
Oppositiepartij Groen en de Fietsersbond zijn wel voorstander van meer en vlottere fietsverbindingen, ook al kwamen ze daarmee in conflict met hun vrienden van Natuurpunt. "Wij willen graag fietsverbindingen die niet langs gewestwegen lopen", zegt Edward Van Keer, lijsttrekker van Groen. "Op die manier willen we het fietsen aangenaam en veilig maken. We gebruiken daarvoor zoveel mogelijk bestaande verharde wegen. Alleen als er geen ander alternatief is kan een onverharde weg omgevormd worden tot fietssnelweg."
Fietspad Fortsteenweg – Kapellen - 2017
Het Kapelse schepencollege heeft het dossier goedgekeurd voor de aanleg van een nieuwe fietsverbinding tussen de Fortsteenweg en de Bernard De Vadderlaan. Het gaat om een fietspad van in totaal 285 meter lang met een breedte van 3 meter. Gezien de bosrijke omgeving is er gekozen om het fietspad in beton aan de leggen. De duurtijd van de werken is vastgelegd op 40 werkdagen. Afhankelijk van de weersomstandigheden zou deze nieuwe fietsverbinding voor de lente van 2018 klaar moeten zijn.
Standpunt Fietsersbond Vlaanderen – maart 2021
Vleermuizen of een fietspad? Het was een krantenkop in de Standaard vandaag.
Een nieuw fietspad? Alleen als vleermuizen er geen last van hebben.
Een kop die natuurlijk vraagt om door te lezen. De problematiek is voor de Fietsersbond niet nieuw. Bij de tracékeuze voor fietssnelwegen of andere bovenlokale fietsroutes botst het af en toe met de natuurbelangen. Kies je voor fietsinfrastructuur door een natuurgebied of moet je toch een andere route uitkiezen?
In het artikel wordt ook verwezen naar de problematiek rond verlichting op die belangrijke fietsroutes. Ook dit is niet nieuw, we hebben al heel wat discussies meegemaakt rond wel of niet verlichting en de impact op bedreigde diersoorten (waaronder de vleermuizen).
Alweer blijven we in dat soort discussies nog te vaak blind voor die olifant in de kamer. Fietsers, vaak ook erg begaan met het milieu, worden opgezet tegen (lokale) milieuorganisaties. Terwijl er heel vaak echt wel een alternatief is: herverdeel de bestaande ruimte. Durf bestaande infrastructuur die nu voor gemotoriseerd vervoer voorzien is (vaak ook stilstaand) aan actieve weggebruikers geven. En dan moeten we niet meer discussiëren over fietsinfrastructuur in kwetsbare milieugebieden of bedreigde diersoorten (waar misschien nog een nieuwe categorie: de fietser moet aan toegevoegd worden).
Conclusie:
Het verharden van landbouwwegen wordt overwogen indien er geen alternatief is via de bestaande wegeninfrastructuur.
In natuurgebieden moet men dubbel voorzichtig zijn met de aanleg en genieten materialen en technieken met waterdoorlatende eigenschappen de voorkeur. Deze diverse materialen en technieken worden ook al jaren toegepast in natuurgebieden, o.a. door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).
Kenmerken halfverhardingen:
· Lokale verzakkingen in halfverhardingen kan ook het fietscomfort verminderen.
· Halfverharding is relatief goedkoop.
· Korte levensduur: minder dan 10 jaar voor een halfverharding. (vgl cementbeton verharding ca 30 jaar)
· Een halfverharding is gevoelig aan vervormingen ten gevolge van gemotoriseerd verkeer of (langdurige) regen waardoor ze een beperkte levensduur heeft en dus veel onderhoud vraagt
Materialen halfverharding:
Deze bestaat uit 15 cm halfverharding en een onderfundering van 20 cm. Mogelijke halfverhardingen zijn:
· steenslagverharding
· verharding van ternair mengsel
· dolomietverharding
Bron Vademecum fietsvoorzieningen: info half-verhardingen
Voor specificaties zie “MOW-AWV-2017-05-bijlage fietspaden ontwerp en keuze materiaal”.
Maatvoering en ontwerp van een Fietsweg door groengebieden:
Een fietsweg is een in eigen bedding aangelegde weg die geheel onafhankelijk is van het tracé van een verkeersweg. Volgens het Vademecum Fietsvoorzieningen is voor fietswegen (met tweerichtingsverkeer) een minimumbreedte van 2,5 m noodzakelijk. In groengebieden met een extensief gebruik kan men hiervan af te wijken. Omwille van duurzaamheidsredenen (materiaal- en energiegebruik, onderhoud, verstoring, …) en hoge kosten is het aanleggen van brede paden doorheen groengebieden niet wenselijk. Een fietser zelf heeft een breedte van ongeveer 0,75 m en heeft door mogelijke koersafwijkingen minstens 0,8 m nodig. Voor een tweerichting fietspad kan in theorie best 1,6 tot 2 m voorzien worden.
Noodzaak “opsluitingen” bij halfverhardingen?
Opsluitingen vormen een barrière voor de verspreiding van verhardingsmateriaal naar de omgeving in het geval van halfverhardingen.De meest voor de hand liggende en ook meest toegepaste materialen voor opsluitingen zijn beton en natuursteen.
Bron: vademecum paden en verhardingen
Mogelijke problemen met halfverharding type Dotterpad
Weg wordt glad in de herfst bij nat weer en bladeren
deel van verharding weggespoeld
Conclusie: voor sommige natuurgebieden moet halfverharding overwogen worden. Het is goedkoper in aanleg dan de klassieke verharding, maar vergt meer onderhoud, heeft een kortere levensduur en biedt minder comfort voor de fietser. Belangrijk is dat gemotoriseerd verkeer beperkt moet zijn en dat men “opsluitingen” voorziet.
Met de omvorming naar een tweesporenweg wordt gebiedsvreemd autoverkeer ontmoedigd en blijft recreatief fietsverkeer en intensief landbouwverkeer mogelijk. De landelijke weg kan m.a.w. multifunctioneel gebruikt worden.
Voordeel:
▪ ontradend voor gemotoriseerd verkeer (minder rijcomfort)
▪ snelheidsbeperkend
▪ fietsers en landbouwverkeer hebben geen of beperkt last van verminderd rijcomfort
▪ beperking van verharding
▪ voorzieningen/percelen langsheen de landelijke wegen blijven bereikbaar
Nadeel
▪ iets beperkter fietscomfort voor fietser
Voor de maatvoering van tweesporenpaden dient de spoorbreedte van voertuigen als ontwerpuitgangspunt. De auto heeft de smalste spoorbreedte en een landbouwvoertuig de breedste. Bij voorkeur wordt een tweesporenpad zo gedimensioneerd dat meervoudig gebruik mogelijk is. Zo kan er bijvoorbeeld voor gezorgd worden dat de verharde stroken voldoende breed zijn voor fietsers en wandelaars.
Voorbeeld opbouw en afmetingen tweesporenpad
1. cementbeton 15 cm
2.verdichte steenslag 30 à 40 cm
3. geotextiel
Voor bijkomende alternatieve uitvoeringen van een tweesporenpad verwijs ik naar het Technisch Vademecum Paden en verhardingen hfst 6.2.12 Tweesporenpaden.
Voorbeeld tweesporenpad in de ruilverkaveling Sint-Lievens-Houtem – 2012
Conclusie: een tweesporenbetonweg is een duurdere constructie die gebruikt wordt op de hoofdwegen voor landbouwverkeer.
Voor de volledigheid van het overzicht wordt ook kort het vlonderpad beschreven.
Een vlonderpad is een pad dat bestaat uit een constructie die boven het maaiveld ligt, die vaak aangelegd wordt om de recreatieve stromen in vochtige of kwetsbare gebieden te geleiden en de impact daar te verkleinen. Vlonderpaden bestaan uit op elkaar aansluitende (houten of kunststoffen) planken, die op een constructie rusten die in de grond verankerd zit.
In gebieden waar zich in korte tijd grote waterschommelingen voordoen, bestaat het gevaar van wegspoelen van aanwezige halfverhardingen. Hier kunnen vlonderpaden een oplossing bieden. Ze zijn echter enkel gericht op het gebruik door wandelaars. Er zijn wel enkele voorbeelden van recreatieve fietsroutes met vlonderpaden ; voorbeeld het Twickel-delden vlonderpad in Nederland.
Conclusie: Ze zijn eerder gericht op het gebruik door wandelaars in vochtige of kwetsbare gebieden.
5.1 Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan 2008
Netwerk van vrijliggende LV-routes tussen de kernen (pag 229):
Het is wenselijk dat tussen de verschillende kernen onderling en zeker tussen de deelgemeenten en Haaltert goede verbindingen bestaan. Voor langzaam verkeer kan dat bijna niet anders dan door nieuwe verbindingen aan te leggen.
• de N460 is voor fietsers en voetgangers erg krap bemeten
• de kortste route tussen Heldergem en Haaltert/Kerksken is niet de N460
• de gangbare route tussen Denderhoutem en Haaltert maakt een omweg
Deze nieuwe verbindingen worden dan best vrijliggend aangelegd, los van bijvoorbeeld de verbindingen voor autoverkeer.
Knelpunten: Fietsnetwerk (pag 15):
Men constateert dat het aantal fietspaden in de gemeente beperkt is. Er is een behoefte aan directe fietsroutes tussen de verschillende kernen en aan meer veilige, vrijliggende fietspaden. O.a.er is geen efficiënte verbinding tussen Denderhoutem en Haaltert voor langzaam verkeer.
Investeren in een leesbaar en aantrekkelijk fietsnetwerk (pag 54):
Een eerste belangrijke stap in het vergroten van het fietsgebruik in Haaltert, is het investeren in een beter en aantrekkelijker fietsnetwerk. Momenteel bevinden zich de meeste hoofdroutes van het fietsnetwerk langs de verbindingsstraten tussen de dorpskernen. Door plaatsgebrek zijn dit vaak smalle, aanliggende fietspaden, vaak ook nog eens tussen de parkeerstrook en de rijbaan gelegen. Dit is voor geoefende fietsers al niet aangenaam, laat staan dat het (de ouders van) jonge kinderen of oudere mensen zou aanzetten tot meer fietsen. Verbetering van deze infrastructuur is dus een must. Tegelijkertijd kan er echter ook ingezet worden op een alternatief netwerk van fietsroutes die parallel aan deze verbindingswegen lopen, maar als vrijliggende fietspaden in de open ruimte of via door auto's weinig gebruikte (land)wegen.
5.4 Meerjarenplan Haaltert 2000-2025
Actie 16 Geef prioriteit aan verkeer en een verkeersveilige omgeving in het geheel van ons veiligheidsbeleid (pag 55):
“De omgevingsanalyse is duidelijk: veilig fietsen in onze gemeente in het algemeen, maar ook specifiek voor kinderen, scoort niet goed. Het vertrekpunt voor deze absolute prioriteit is het mobiliteitsplan. We zetten in op een planmatige aanpak van de speerpunten in het MOB-plan dat in 2015 werd goedgekeurd. We onderzoeken de verkeersstromen binnen de gemeente en gaan hierbij niet enkel uit van de bereikbaarheid met de wagen, maar ook de fiets- en voetgangersverbindingen worden binnen dit thema bekeken. Het STOP-principe vormt een belangrijke leidraad voor het opmaken van een nieuw circulatieplan. “
“In dit plan voorzien we o.a. de aanleg van minstens 2,5 km fietspaden per jaar (inzetten op doorrijfietsroutes) en de heraanleg van minstens 1,25 km voetpaden per jaar.”
Het is interessant te melden dat de landelijke wegen vandaag intensiever en diverser worden gebruikt dan vroeger. Een aantal evoluties werken dit in de hand.
· Eerst en vooral in de landbouwsector zelf, waar door de groeiende professionalisering steeds grotere en zwaardere machines worden gebruikt.
· Een toenemend aantal mensen gaat erop zoek naar rust, gezondheid, authenticiteit, stilte, onthaasting. Fietsers, wandelaars, mountainbikers, ruiters… ze zijn niet meer weg te denken op de landelijke wegen. Vaak lopen de toeristische netwerken over deze wegen.
· Ten slotte zijn landelijke wegen aantrekkelijke routes voor woon-werk/school verkeer (functioneel fietsen).
Mensen verwachten bijgevolg dat die wegen dan ook goed uitgerust en veilig zijn!
Niettemin is de maximum breedte vastgesteld op 3 m voor de landbouwvoertuigen die zich van de hoeve naar het veld en omgekeerd verplaatsen evenals voor het materieel van speciale constructie, voor zover deze voertuigen zich met een maximum snelheid van 30 km per uur verplaatsen.
De beweegbare of gemakkelijk afneembare buitenste delen moeten niettemin opgevouwen of verwijderd zijn om de breedte tijdens de verplaatsing op de openbare weg te verminderen;
Voor de uitvoering van het fietspadenproject wil Haaltert beroep doen op het Kopenhagenplan waarbij Vlaanderen 1 euro bij legt voor elke 2 euro die lokale besturen investeren in fietsinfrastructuur op of aan gemeentelijke wegen.
Voorwaarden:
· Project moet voldoende bijdragen tot fietsveiligheid of -kilometers
· Kwaliteitsnorm vademecum fietsvoorzieningen is richtinggevend
· Denk in fietsroutes i.p.v. fietspaden
· Aanmelden projecten voor 30 september 2022
Project Re-Move (Vlaanderen): dit project onderzoekt wat het onthardingspotentieel is van het lokale wegennet, dat in Vlaanderen het grootste aandeel heeft in de verharding.
Voorbeeld Genk: Transformatie van de Evence Coppéelaan – 12.000 m2 ontharden
Dit project wil op korte termijn omvangrijke delen verharding van de Evence Coppéelaan definitief uitbreken. Daarmee zet het strategisch in op een kwalitatieve verbinding met meer groen en ruimte voor zachte mobiliteit tussen de stadskern, het station van Genk en de cultuursite C-Mine. De helft van de baanvakken wordt geschrapt. Het project is een voorbeeld voor de transformatie, inclusief ontharding van vele overmaatse (steen)wegen in Vlaanderen, met aandacht voor vergroening (inclusief onderhoud en beheer), waterhuishouding en strategische (her)ontwikkeling.
Technisch Vademecum Paden en verhardingen – ANB -2013
MOW-AWV-2017-05-bijlage fietspaden ontwerp en keuze materiaal – AWV – 2017
Vademecum Fietsvoorzieningen – AWV - 2017
Nieuwe aanpak voor landelijke wegen. Het functietoekenningsplan - Liesbet Belmans – 2013
Naar een eigenlijk gebruik van plattelandswegen – VLM - 2011